Kindkans

VEEL GESTELDE VRAGEN

Op 1 augustus 2014 wordt de Wet Passend Onderwijs van kracht. Wat betekent dit voor de docenten op de scholen van SWV ROOS VO? De 10 meest gestelde vragen…..

 

1

Verdwijnt het speciaal onderwijs?
Nee, het speciaal onderwijs blijft ook na invoering van passend onderwijs bestaan. Net als nu is er ruimte om de huidige 70.000 plaatsen in het (voortgezet) speciaal onderwijs in stand te houden. Wel zijn er binnen SWV ROOS VO afspraken gemaakt om het percentage verwijzingen naar het speciaal voortgezet onderwijs, te laten dalen in de komende jaren.

 

2

Hoeveel leerlingen met zware ondersteuningsbehoefte(n) krijg ik er in de klas bij?
Passend onderwijs betekent niet dat alle leerlingen naar het reguliere onderwijs gaan. Het speciaal onderwijs blijft immers gewoon bestaan voor leerlingen die specialistische ondersteuning nodig hebben. Binnen SWV ROOS VO hebben de scholen afgesproken dat leerlingen die onder de basisondersteuning van een school vallen of met behulp van extra ondersteuning (breedteondersteuning) op de reguliere school kunnen blijven, ook op hun eigen school kunnen blijven. Omdat SWV ROOSVO in de toekomst minder leerlingen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs wil doorverwijzen, gaan de reguliere scholen nog meer dan voorheen proberen leerlingen op de eigen school te ondersteunen. Het gaat echter om hele kleine percentages.

 

3

Hoe gaan we als school om met leerlingen met grote gedragsmatige problemen?
Net als nu hebben de scholen voorzieningen om leerlingen (tijdelijk) buiten de klas op te vangen. Deze voorzieningen (bovenschoolse voorzieningen) blijven bestaan. Met het samenwerkingsverband kan worden gekeken wat de beste oplossing is voor leerlingen met dergelijke problemen.

 

4

Moeten we als school alle leerlingen aannemen?
Als een leerling schriftelijk aangemeld is bij een school, heeft de school zorgplicht. Dit betekent dat de school moet zorgen voor een passende onderwijsplek voor een leerling die zich aanmeldt en die extra ondersteuning nodig heeft. Dit is dus een verandering ten opzichte van de huidige situatie. Voor het VO geldt dat de leerling een perspectief op het behalen van een diploma moet hebben (zie inrichtingsbesluit VO).

 

5

In ons onderwijs hebben klassen (en dus leerlingen) 10 of meer verschillende docenten. Hoe gaan we de docenten op één lijn krijgen?
Middels de ondersteuningsstructuur, die op elke school aanwezig moet zijn, worden leerlingen die extra ondersteuning behoeven nauwlettend in de gaten gehouden en verder geholpen in hun gang door het onderwijs-leerproces. Onderwijs is een interactieproces en wordt bepaald door het samenspel tussen leerkrachtgedrag en leerlinggedrag. In deze is er tussen primair en voortgezet onderwijs een groot verschil; in het primair onderwijs krijgt de leerling te maken met 1 ,2 of soms 3 leerkrachten. Dit is in het voortgezet onderwijs totaal anders. De oplossing kan alleen maar gevonden worden in een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het docententeam. Dat betekent veel aandacht voor professionalisering, overleg en dialoog. Casusbesprekingen en intervisie zijn krachtige hulpmiddelen om het team van docenten verder te helpen in de vormgeving van de onderwijs-leercontext voor de leerling met extra ondersteuningsbehoefte(n).

 

6

Welke mogelijkheden voor (bij)scholingen zijn er voor mij?
De scholen van SWV ROOS VO hebben met elkaar afgesproken dat ze investeren in de basisondersteuning. Dit betekent onder andere ze ervoor zorgen dat de docenten voldoende zijn toegerust. De school beschikt zelf over een professionaliseringsbudget. De directie van de school stelt in overleg met het personeel het professionaliseringsplan op. In onderling overleg kan bepaald worden welke inhoudelijke professionalisering gevolgd zal worden.

 

7

Welke hulp kan ik krijgen in de klas?
Het SWV kent in de breedteondersteuning extra middelen aan de school toe in het kader van de aanvraag voor extra ondersteuning van een leerling. De school zal zelf moeten aangeven welke hulp en ondersteuning nodig is. Het kan zijn dat er extra instructie gegeven wordt, remediale hulp wordt ingezet, faalangsttraining wordt gegeven, etc. Het is de verwachting dat in de loop van de komende jaren de scholen steeds beter geëquipeerd worden om een rijke variatie aan arrangementen in te zetten.

 

8

Neemt de administratieve last voor mij toe door passend onderwijs?
Er ligt een bestuurlijke opdracht om de administratieve last voor de scholen behoorlijk terug te dringen. Daarnaast mag niet onvermeld blijven dat het afleggen van verantwoordelijkheid over de inzet van beschikbaar gestelde extra middelen steviger op de agenda zal komen.

 

9

Is het Ontwikkelingsperspectief gelijk aan het huidige handelingsplan?
Wanneer een leerling ondersteuning nodig heeft, die niet valt binnen de basisondersteuning van de school en waarvoor extra middelen bij het SWV moet worden aangevraagd, moet een ontwikkelperspectief worden opgesteld. Dit ontwikkelperspectief is een wettelijk vereiste en wordt opgesteld door de zorgcoördinator met begeleiding vanuit het samenwerkingsverband. Het handelingsplan van jou als docent is hierbij het uitgangspunt.

 

10

Wat is de betrokkenheid van ouders bij het bepalen van het Ontwikkelingsperspectief van de leerling?
Binnen SWV ROOS VO vinden we het belangrijk om ouders zo volledig mogelijk te informeren over de voortgang van de vorderingen van de leerlingen en niet pas wanneer er problemen worden gesignaleerd. Dat was voor de invoering van passend onderwijs ook al het geval. Jij als docent speelt hierin een belangrijke rol.
Bij het opstellen van een ontwikkelingsplan is de betrokkenheid van ouders niet alleen wenselijk, maar ook een verplichting.
Het opstellen, maar ook het evalueren, bijstellen of wijzigen, kan niet zonder de ouders en de leerling. Dat ouders (en leerling) dan ook uitgenodigd worden bij de desbetreffende leerlingbespreking, spreekt voor zich.